Nieuws‎ > ‎

Hoofdbestuur NBV geeft reactie op Zembla uitzending

Geplaatst 26 mrt. 2011 14:59 door Webbeheerder   [ 26 mrt. 2011 15:16 bijgewerkt ]
Zorg om bijensterfte.
De uitzending van Zembla d.d. 12 maart 2011 heeft het probleem van de abnormale bijensterfte en het daarmee gepaard gaande verlies van volken weer eens indringend onder de aandacht gebracht.
In deze uitzending werd het accent gelegd op het gebruik van het gewasbeschermingsmiddel imidacloprid en de milieueffecten van het normoverschrijdend voorkomen van dit middel in oppervlaktewater.
Naar aanleiding van de uitzending hebben veel imkers hun bezorgdheid over het gebruik van dit middel nog eens extra onder de aandacht van het hoofdbestuur gebracht.
Het hoofdbestuur van de NBV deelt deze zorg. Dit is al eerder verwoord in ons standpunt van juni 2009 maar vraagt nu opnieuw om bezinning.

Het hoofdbestuur, maar ook veel leden van de NBV, volgen alle ontwikkelingen met betrekking tot de abnormale bijensterfte op de voet. De NBV beschikt over de meest actuele informatie van alle gerenommeerde onderzoeksinstellingen in de wereld.
Ook de publicaties in buitenlandse vakbladen over bijenteelt worden nauwlettend gevolgd.
De NBV opereert in een netwerk van internationale collega-organisaties en wetenschappelijke instituten waar veel kennis is te halen. De NBV bepaalt haar standpunten dus niet op basis van eenzijdige informatie.

Het rapport van de Verenigde Naties.
Vorig jaar is het United Nations Environment Programme (UNEP) rapport “Global honey bee colony disorders and other threats to insect pollinators” verschenen. Daarin uiten de Verenigde Naties hun zorg voor de effecten van wereldwijd optredende abnormale sterfte van de honingbij voor de wereldvoedselproductie. In het eerste hoofdstuk gaat het rapport in op de economische betekenis van bestuivende insecten
voor de productie van voedsel voor de wereldbevolking. Deze impact is indukwekkend groot.

Het grootste deel van het rapport gaat over de oorzaken van bijensterfte die wereldwijd gelden. Als belangrijkste oorzaak van de abnormale bijensterfte noemt het rapport de varroamijt.
Letterlijk staat er “The external parasitic mite, Varroa destructor, is the most serious threat to apiculture globally”. De varroamijt is dus, volgens de Verenigde Naties, de grootste bedreiging voor de bijenteelt over de gehele wereld. Een bij met een mijt staat op de omslag van het rapport.
Het rapport noemt verder nog 29 andere biologische ziekteverwekkers en herhaalt daar dat de varroamijt de grootste schade veroorzaakt. Citaat: “Introduced parasites have contributed to a reduction in managed honey bee populations, Varroa destructor causing the most damage.”
Daarna of daarnaast is het gebrek aan gevarieerd voedsel met name stuifmeel een belangrijke oorzaak van de abnormale bijensterfte. Ook dat thema wordt in het rapport uitgewerkt. Er wordt dieper ingegaan op de verslechtering van de habitat van de bijen.
De conclusie luidt dan ook dat kwalitatief goed voedsel essentieel is voor de succesvolle ontwikkeling van larven en voor het gezond doorkomen van de winter van een bijenvolk.

Imidacloprid.
In hoofstuk 3 van het rapport worden ook enkele alinea’s gewijd aan de factoren die op dit moment naar aanleiding van de Zembla-uitzending veel aandacht krijgen. Behandeld worden praktijken van gewasbescherming met chemische middelen waaronder de zogeheten systemische insecticiden. Imidacloprid is daar een van.
Het middel imidacloprid wordt naast een aantal andere middelen met name genoemd. Aangehaald wordt dat in het laboratorium de schadelijke werking van de middelen op honingbijen is aangetoond. Echter, zo besluit men, de resultaten verkregen in laboratoriumomstandigheden zijn moeilijk te vergelijken met die in het veld.
In het rapport wordt verder nog een groot aantal andere mogelijke factoren genoemd.
Ook de VN erkennen dat de wereldwijde abnormale bijensterfte een complex probleem is dat verdere studie en maatregelen behoeft.

Standpunt NBV.
De Nederlandse Bijenhoudersvereniging baseert haar standpunt mede op het rapport van de Verenigde Naties dat geschreven is door wetenschappers van naam. Het rapport is een goede samenvatting van de huidige wetenschappelijke kennis over het onderwerp abnormale bijensterfte.

Op basis van de huidige gegevens moeten we dus concluderen dat het complex van Varroa destructor en de daarbij behorende virussen de grootste bedreiging voor onze honingbij is.
Bestrijden volgens de beproefde en geadviseerde methode is dus de verantwoordelijkheid van de imker.
Verder dienen wij al onze invloed uit te oefenen op gemeenten en andere bezitters en beheerders van “ons groen” om te zorgen voor een bijen-vriendelijke omgeving.
Rond dit thema is de NBV actief, het zijn vooral plaatselijke afdelingen die goede resultaten bereiken. De ideale situatie is echter nog niet bereikt. Er zal dus nog veel werk moeten worden verzet.

Rond de andere genoemde factoren, waaronder die van de gewasbeschermingsmiddelen, moet nog veel onderzoek worden gedaan. De NBV zal daartoe haar invloed blijven uitoefenen.

Acties van de NBV.
We hebben om een gesprek met staatssecretaris Henk Bleker verzocht met de bedoeling hem te wijzen op de door zijn voorganger, mevrouw Gerda Verburg, geïnitieerde rapporten n.l.:
- “Visie Bijenhouderij en Insectenbestuiving” van PRI-Wageningen
- Het rapport “De betekenis van het openbaargroen voor Bijen” van Alterra in Wageningen.
We hebben nogmaals gewezen op de aanbevelingen die in beide rapporten vermeld staan.

Ook ons Deltaplan “Duurzame en vitale bijenhouderij in Nederland” willen we met hem bespreken omdat de daarin genoemde voorlichtingsfunctie van het praktijk- en kenniscentrum cruciaal is in de activiteiten ter bestrijding van de bijensterfte.
Verder hebben wij in dit verzoek ook het standpunt van de NBV weergegeven.

Als gevolg van de Zembla-uitzending zijn er aan de staatssecretaris in het zgn. vragenuurtje van de Tweede Kamer vragen gesteld door de Partij voor de Dieren.
Later heeft ook GroenLinks de minister de vraag gesteld verder onderzoek te laten doen naar de abnormale bijensterfte. Uit de reactie hierop van staatssecretaris Bleker van 22 maart 2011 lezen we dat de herbeoordeling van de genoemde middelen met hoge prioriteit zal worden uitgevoerd. Naar aanleiding van de vragen zal er eind maart in de Tweede Kamer een debat plaatsvinden over dit onderwerp.
Alle fracties van de politieke partijen in de Tweede Kamer zijn door de NBV van informatie voorzien. Verder hebben wij hen aangeboden om hen mondeling voor te lichten over het thema abnormale bijensterfte.

Zoals gezegd, behoort imidacloprid chemisch tot de groep neonicotinen. De stoffen behorende tot deze groep zullen in 2013 opnieuw een toelatingsprocedure doorlopen. Reeds nu heeft de NBV schriftelijk vragen gesteld aan het College voor de Toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) over de aard van het onderzoek en de nadrukkelijke vraag om ook de effecten van de middelen op lange termijn en de samenhang met andere stressfactoren in het onderzoek te betrekken.

Met dit schrijven hebben wij u geïnformeerd over het door de NBV ingenomen standpunt en de verdere activiteiten die we ontplooien als bijdrage aan de bestrijding van de bijensterfte in Nederland. Tevens hebben we hiermee ons standpunt van juni 2009 meer genuanceerd en aangepast aan de actuele situatie.

Het UNEP-rapport is te downloaden van
www.unep.org of www.bijenhouders.nl

Het hoofdbestuur van de Nederlandse Bijenhoudersvereniging.